Magritte, Mart en Henk in Antwerpen én mijn passie voor de recamier met mooie vrouwen en de andere sirene…
Eind vorig jaar waren mijn overbuurman Mart en ik weer in Antwerpen, nu voor Magritte! We zijn vanaf het schitterende station na een koffietje op Keyserlei richting het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten gelopen via Franken-, de Britse- en de Amerikalei. Een wat saaie, maar rechtstreekse route over die binnenring.
In het KMSK hebben we ‘Magritte, la ligne de vie’ bewonderd. Twee kunstwerken vielen me op: ‘Perspective: Madame Récamier de David’ en ‘Le rêve de l’androqyne’. Oftewel de recamier met die charmante vrouw en de variaties op de sirene. Toen moest ik immers weer denken aan de tentoonstelling ‘When we see us’ in Brussel met het werk van Roméo Mivekannin ‘Le modèle noir, d’après Félix Vallotton’. En aan het sirene-beeldje van Magritte ‘s schilderij ‘L’invention collective’ gekregen van Lot in het museum Sammlung Scharf- Gerstenberg tegenover de Charlottenburg in Berlijn.
Tot 22 februari zijn de meerdere kanten van Magritte nog te zien in Antwerpen. https://kmska.be/nl/magritte-la-ligne-de-vie
Mart en ik zijn daarna trouwens vanaf het KMSK naar links doorgestoken naar de Schelde. Heerlijk langs dat water gelopen tot de Suikerrui. Daar uiteraard onze befaamde en traditionele pint gedronken. Mossels gegeten op de schitterende Grote Markt, helemaal in kerstsfeer! Alleen volgende keer pak ik absoluut geen met curry, want dan proef je de mossels niet… Toen door het prachtig verlichte oude centrum naar het station teruggelopen. Wat een stad!
Reneé Magritte:’Ik schilder geen pijp, maar een schilderij.’
Reneé Magritte is een van mijn meest gewaardeerde kunstenaars. Net als bij Dali bewonder ik de manier waarop deze surrealisten met de waarheid spelen en er een diepere betekenis aan geven. Dat boeit en verrast me! Het zet me aan het denken op een verrijkende wijze.
Over Magritte las ik deze zinsneden: Alles wat we zien, verhult iets anders, we willen altijd zien wat verhuld wordt door wat we zien. (…) Deze interesse kan de vorm aannemen van een heel intens gevoel, een soort conflict, zou je kunnen zeggen, tussen het zichtbare dat verhuld is en het zichtbare dat zich toont’. Of: ‘Ik schilder geen pijp, maar een schilderij.’ Of: ‘Als de droom een weergave is van ons dagelijks leven, is dat dagelijks leven ook een vertaling van de droom.’.
Met die toelichting en die introductie van de Vrije Academie in Utrecht over het surrealisme kijk ik anders naar zijn schilderijen…
Magritte en Madame Récamier
Voor zijn schilderij ‘Perspective: Madame Récamier de David’ en de sculptuur ‘Madame Récamiere’ laat Magritte zich inspireren door het schilderij van de invloedrijke Parisienne Juliette Récamier van Jacques-Louis David uit 1800. David portretteerde haar liggend op een sofa, in een witte jurk. Dat elegante rustbed werd ook beroemd en is ook nu nog verkrijgbaar onder de naam recamier(e).
Magritte bewerkte dit op speelse, maar radicale wijze. Juliette Récamier vervangt hij door een doodskist in exact dezelfde houding. Dat is typisch voor Magritte: hij vervangt een herkenbaar gegeven door iets wat de betekenis ondermijnt of bevreemdt.
Charmante vrouwen, elegante rustbedden en sirenes in Antwerpen, Brussel en Kasteel Daelenbroeck
In Antwerpen vielen mij dus twee kunstwerken op: ‘Perspective: Madame Récamier de David’ en ‘Le rêve de l’androqyne’. Meer specifiek de recamier met die charmante vrouw en de variaties op de sirene. Vooral omdat die mij met vreugde herinnerden aan de tentoonstelling ‘When we see us’ in Brussel met het werk van Roméo Mivekannin ‘Le modèle noir, d’après Félix Vallotton’ en mijn verhaal op Kasteel Daelenbroeck over die mooie charmante vrouwen op zulke elegante rustbedden als inspiratie voor kunstenaars door de eeuwen heen.
Thuis keek ik weer naar het sirene-beeldje van Magritte ‘s schilderij ‘L’invention collective’, dat ik van Lot kreeg in het museum Sammlung Scharf- Gerstenberg tegenover de schitterende Charlottenburg in Berlijn en aan de Nieuwe Haring van Jonas van de Vosse uit Maastricht op mijn bureau.
Van Titiaans Venus van Urbino tot ‘Le modéle noire’ van Roméo Mivekannin
Mijn verhaal op Kasteel Daelenbroeck kwam, doordat ik was geraakt door het schilderij van Madame Récamier op die elegante ‘recamier’ én een foto van Béyonce in diezelfde pose, maar in een compleet andere stijl. Mij fascineerde de wijze waarop kunstenaars elkaar door de eeuwen heen inspireren tot nieuwe kunstwerken. Hier was het thema: een liggende, rustende vrouw. Vanaf Titiaans Venus van Urbino, Magritte en zijn doodskist, de foto van Beyoncé tot ‘Le modèle noir ‘van Roméo Mivekannin.
Wonderlijk om zo ook de maatschappelijke ontwikkelingen door de eeuwen heen te kunnen volgen! Fascinerend, om die invloeden binnen de kunst te kunnen herkennen en te bewonderen.
‘Le modèle noire’ in Brussel en wie inspireert wie?
De tentoonstelling ‘When we see us’ in Brussel over Pan-Afrikaanse kunst was een van de meest boeiende van 2025! Daarom viel bij mij de frank toen ik in Antwerpen het werk van Magritte zag: ‘Perspective: Madame Récamier de David’. Ik dacht meteen aan het werk van Roméo Mivekannin (1986, Bouaké Republic of Côte d’Ivoire) ‘Le modèle noir, d’après Félix Vallotton’, 2019. Beide werken: indringend, een beetje macaber en ongemeen boeiend!
Mivekinnin was geïnspireerd door het werk van Félix Vallotton, ‘La blanche et la noire’ (1913), maar gaf er een totaal ander gevoel en kracht aan die bekende afbeelding. Félix Vallotton was weer geïnspireerd door Édouard Manet’s ‘Olympia met de zwarte dienster’. (1863). Met zijn werk reageerde Vallotton weer zuur op de toen geldende maatschappelijke normen en waarden. Een witte naakte vrouw- sensueel, niet-betrokken en geïdealiseerd- terwijl een zwarte vrouw gekleed in blauw en oranje, een sigaret tussen haar lippen geklemd, zelfverzekerd naar haar kijkt. Het is zijn antwoord op Éduard Manet’s Olympia (1863) met zijn mooie prostitueé met haar zwarte dienstmeisje die een bos bloemen brengt. Mivekannin laat de witte vrouw bijna helemaal wegkwijnen en kijkt de zwarte vrouw je bijna arrogant aan….
Manet is weer geïnspireerd door Titiaans Venus van Urbino, dat op zijn beurt verwijst naar de Slapende Venus van Giorgione (1510). Maar Manet beeldt hier geen geïdealiseerde odalisk af, maar een luxe sekswerker die ligt te wachten op een klant.
Hoe commercieel preuts en bestudeerd verhullend in dan het beeld van Beyoncé!?
Nog een herinnering: Hollandse Nieuwe en de Sirene!
De fraai gevormde Hollandse Nieuwe van de kunstenaar Jonas van de Vosse en de Sirene van Magritte liggen sinds een tijdje zusterlijk naast elkaar op mijn bureau. Ik ken Jonas trouwens vanuit mijn Maastrichtse tijd en het 6211 Kunstkwartier van Maria Essers.
Toen ik heerlijk in Berlijn was, bezocht ik met mijn dochter Lot en haar Tijn het Museum Sammlung Scharf-Gerstenberg. Die hebben een uitgebreide collectie over het fascinerende surrealisme met natuurlijk ook Magritte en Dali.
In de museumwinkel zag ik dé oplossing voor mijn toen nog eenzame haring. Een beeldje van een wel wat vreemde sirene. Exact nagemaakt van het schilderij van René Magritte: ‘De collectieve inventie’ (1935). Het is zijn antwoord op het probleem van de zee. ’Op het strand zette ik een sirene neer. Haar bovenlichaam had de vorm van een vis, haar onderkant de buik en de benen van een vrouw’. https://www.dewitteraaf.be/artikel/de-lokroep-van-het-beeld-rene-magritte-en-de-s-irene/
Jonas van de Vosse maakte net die andere keuze, alleen zonder hoofd. Surrealisme in optima forma, toch?! De Nieuwe Haring van Jonas met als partner de sirene van Magritte, wat een verrukkelijk tafereel.